De wereld zien doorheen ruiten

Evarist Ganzelever
0 reactie(s)

De wereld zien doorheen ruiten.Lange tijd heb ik het genegeerd, daarna kwam ik in de camoufleerfase terecht en ten slotte, wanneer de rek uit de armen was, stapte ik "Het Kruidvat" binnen en kocht me zo'n kunststoffen vergrootoogjes.
Opeens bestond mijn visuele wereld weer uit details.
Bladluizen, waarvan ik dacht dat deze inmiddels zo goed als uitgestorven waren, bevolkten volop mijn haagbeuk.
De badkamerspiegel spikkelde mijn baard grijs en dat de leeftijd zich met een zekere hardnekkigheid op mijn aangezicht had geëtst, was me nog nooit eerder opgevallen.
Dat mijn dashboard flink onder het stof zat was me meteen duidelijk toen ik dat twee euro kostende brilletje op mijn neus deponeerde.
Bleek dat de wereld er niet mooier op geworden was gedurende de tijd die ik doorgebracht had in de schemerzone!

Mijn jeugdportret zou er voortaan anders uitzien, ik was nu iemand met een bril op!
De blindenstok was mijn volgende halte, zoveel was me wel duidelijk.
Zo is mij de absurde herinnering bijgebleven aan die eerste keer dat ik, mét leesbril op,
een poëzielezing deed.
"Hij wordt ouder", dacht ik hen te zien denken terwijl ik mijn dichtwerk slecht articulerend de zaal in mompelde.
"Misschien verft hij wel zijn haar - niks komt tenslotte alleen - of hoor je seffens zijn kunstgebit breken, spuwt hij de tanden, samen met zijn rijmelarij, één voor één van het spreekgestoelte af."
Gelukkig was de eerste rij - zoals steeds - nauwelijks of niet bezet, zag ik tersluiks.
Een ware nachtmerrie was dit, ik was mijn eigenste, vleesgeworden verzinsel geworden!
De verbeelding - mijn handelsmerk - had het volledig van mij overgenomen, begon een eigen leven te leiden!

Een leesbrilletje, binnenkort zelfs eentje om de horizon wat scherper te kunnen betasten, wat maakt het uit?
Niet altijd praktisch geef ik toe, gelet op het laten slingeren her en der van mijn glazen oogjes en de eeuwige zoektocht - nog niet al tastend - ernaar.
Net zoals je de wijzers van een klok niet ziet kruipen, worden ook wij niet plots ouder, maar iedere dag tikt er iets van onze glans weg.
Een aanvaarden van dit natuurlijke gegeven is niet altijd eenvoudig, een beetje weerstand bieden kan dit onoverkomelijke lot eventjes vertragen, maar daar houdt het dan ook op.
Het mag evenwel geen zelfbedrog worden, zoniet worden we op een goeie dag wakker als iemand die we zelf niet herkennen.