Eenrichtingsverkeer

Evarist Ganzelever
0 reactie(s)

eenrichtingsverkeer"En, hoe gaat het?" vraagt hij me. Ik antwoord met de standaardreplay "goed, en met jou?". Nog maar net de aanhalingstekens gesloten of daar zijn we vertrokken, via de bekende eenrichtingsstraat, op weg naar een monoloog.

Bij wijze van experiment durf ik wel eens "niet goed" te antwoorden op de betreffende routinevraag, een antwoord dat men niet meteen registreert, misschien wel negeert! Maar goed, het opstapje voor een verbaal rondje is er, niks staat een gezellige babbel nu nog in de weg. En meteen zijn we vertrokken, waarbij men spatieloos zijn eigenste ervaringen, mening of wijsheden aan deze van de aanspreker plakt, de ene zin de vorige schaamteloos de staart afhakt, al dan niet in de overtreffende trap. Een symfonie van wielzuigende klanken, een eenpansgerecht van uitgerukte tongen. Een verzameling monologen die ver af staan van iets wat bij benadering op een gesprek zou moeten lijken; woorden zonder houdbaarheidswaarde, meestal uit hetzelfde, vluchtige egovaatje getapt. Je moet eens de moeite doen een doorsnee gezelschap next table, of waar dan ook, hun gespreksgedrag te analyseren. De inhoud is ondergeschikt, liplezen hoeft niet, waardoor je de elementaire beleefdheidsregels niet meteen met de voeten treedt, maar je je uitsluitend focust op de chaotische intervals. Boeiend om zien is het ongeduld waarmee de lippen krampachtig achterliggende woorden nog eventjes proberen op stal te houden, de oren op datzelfde hoofd als schotelantennes naar zichzelf gericht staan, klaar om hun eigen, nog dampende woorden op te vangen en te hermalen tot een nieuwe woordenstroom. Iedereen voelt zich koning in zijn eigen koningrijkje, en de wereld zal het hebben geweten! Een vriendin vertelde me ooit dat een gesprek als goed wordt ervaren als de betrokkene voor negentig procent aan het woord komt. Met deze wetenschap in het achterhoofd valt waarschijnlijk het "succes" van Teleonthaal en andere klankbordforums deels te verklaren. Nu de katholieke biecht naar de catacomben van het museum van volkskunde is verbannen, vullen diverse alternatieven dit vacuüm op een eigentijdse manier in. Het gegeven cocooning draagt er naar alle waarschijnlijkheid eveneens toe bij dat mensen hun hoofd minder dan voorheen kunnen luchten, hun gedachten staan te trappelen om deelgenoot te worden van een groter geheel. Daar waar enige decennia geleden Walter De Buck zijn straatje boordevol komeren nog niet tot de folklore behoorde en meteen een kanaliserende invulling had, kunnen we vandaag onze kleinste euforische gevoelens nog amper slijten, zelfs niet meer aan de straatstenen. Al met al blijft het tot op een zekere hoogte én in komkommertijden, een amusant gegeven deze wetenschap nog maar eens af te toetsen op haar voorspelbaarheid. Ver hoef ik er in ieder geval niet voor te lopen, enkele stappen richting kennissen- of werkkring is al voldoende om meteen deze oefening in de praktijk om te zetten. En zo wil het wel eens gebeuren dat ik flarden belevenissen van mijn zwerf- en trektochten in een of andere donkere uithoek van deze aardbol prijsgeef, mijn ervaringen probeer te verklanken met een enthousiasme van een live-verslaggever. De potentiële toehoorder krijgt zowaar een stoel op de eerste rij aangeboden, terwijl ik mijn anekdotes op een zo goed als mogelijk tastbare manier ten berde breng, anekdotes waar ook de doorstane momenten van angstzweet hun onverbloemde plaats in krijgen. Wie nu nog zo naïef is te denken dat de andere je aan de lippen zal kleven heeft het grondig fout, is een dromer! In minder dan geen tijd wringen de tafelanekdotes uit het all-in Jetair-avontuur zich tussen mijn relaas, vind ik geen enkele spatie meer om mijn woorden een natuurlijk einde mee te geven, laat staan een deftig begin. Natuurlijk weegt de afloop van mijn Andes-treinreis niet op tegen het kleurrijke "Turkse Riviëra"- plaatje of "hoe die ober er voor de derde keer op rij maar weer in slaagde terug de verkeerde fles wijn op tafel te deponeren"! Een bruuske opmerking van mijnentwege over de microkosmos van het openluchtzwembad, waar ze als walrus naar andere walrussen ligt te loeren, is van dezelfde orde als het geschoeid betreden van een Saoedische moskee. Uitgesloten dus, wil je niet voor asociaal worden versleten. Op zulke momenten besluit ik inderdaad wijselijk te zwijgen, ter bescherming van mezelf, maar grotendeels uit medelijden met deze bekrompenheid. Ben intussen op de leeftijd gekomen waarop reeds verschillende generatiegenoten zich grootouder kunnen noemen. Plezant waarschijnlijk, maar minder plezant om steeds uitgesmeerd te moeten aanhoren hoe deze kleinkinderen genieën in wording blijken te zijn, hun eerste woordjes meestal in de buurt van een heuse redevoering komen. Gewoon een kwestie van tijd vooraleer ik er zelf aan toe ben, maar intussen maak ik een omweg telkens ik een silhouet uit mijn jeugd zie naderen, het relaas van kunstheupen en nieuwe knieën kan voor mijn part nog even wachten!