Joeri Stubbe in de pastorietuin in Zaffelare

Evarist Ganzelever
0 reactie(s)
Joeri Stubbe in de pastorietuin in Zaffelare

In het kader van ‘Kunst in de tuin’ zijn de werken van Joeri Stubbe al sinds oktober te bewonderen rond het Sierteeltmuseum, en dit een heel jaar lang.
Voor ons een reden om de mens achter de beelden te spreken.
Een interview dat meteen een oprechte getuigenis is geworden.

 

 

Ik las ergens dat je als kind een buitenbeentje was.
Is dit vandaag nog zo?

Ach, buitenbeentje is een mooi woord, he! Ik ben een behoorlijk sociale mens, weet je. Al was het vroeger zo dat de andere jongens voetbal speelden op school terwijl ik dat echt niet plezant vond, en dat is nog altijd zo.
Kunstenaars zijn in wezen altijd ‘anders’ dan de massa, vrees ik, soms aanstellerig of een beetje ijdel, al eens teruggetrokken en geïsoleerd, of ze zijn een mix van de twee.
Ik ben soms heel teruggetrokken, alleen op de wereld en dat is niet altijd zo leuk.
De drang om deel uit te maken van die vrolijke massa is er wel, maar inderdaad, ik ben nog steeds een soort van buitenbeentje.

Joeri Strubbe in de pastorietuin in ZaffelareJe artistieke zoektocht doet mij enigszins nerveus worden, duizelig zelfs. Je pingpongt heen en weer tussen tekenen, schilderen, boetseren, acteren en musiceren, om uiteindelijk bij beeldhouwen tot stilstand te komen. Of is ook dit een tussenstadium?

Je moet weten dat je om bijvoorbeeld te kunnen beeldhouwen ook moet kunnen tekenen, schetsen, kijken; dat het ene met het andere te maken heeft, dat kunsten in elkaar overvloeien, uit elkaar ontstaan.
Een voorontwerp of een schets is wat een demoversie is van een lied.
Nee, ik spring niet zomaar van de hak op de tak!
Als kind was ik reeds bezig met tekenen en boetseren.
Op 14-jarige leeftijd volgde ik muziek en toneel, naast judo, tekenschool, atletiek en turnen.
Op m'n 21ste was ik schoolmoe. Ik heb me dan maar verder ontwikkeld als autodidact.
Het is niet zo dat ik bij het beeldhouwen ‘tot stilstand’ ben gekomen, ik werk gewoon verder als kunstenaar.
Zo musiceer, acteer, schrijf, teken en schilder ik nog steeds, alleen is er sinds 1996 heel veel tijd in het steen- en beeldhouwen gekropen.
Anderzijds is het best mogelijk dat ik volgend jaar even met een ander project naar buiten kom, wie weet.

In je werk flirten levens- en doodsdrift voortdurend met elkaar.
Ik veronderstel dat dit een blauwdruk is van hoe je als mens in elkaar steekt?

Die twee termen haal ik uit m'n studies Latijn-Grieks: eros en thanatos.
Levensdrift en alles wat ermee te maken heeft (de leuke dingen) en doodsdrift en zijn gevaarlijke aantrekkingskracht (de donkere kanten van het zijn).
Voor mezelf heb ik op zeer jonge leeftijd de belangrijkste vraag gesteld: ‘Papa waarom leef ik eigenlijk?’
Zijn antwoord was voor mij duidelijk maar moeilijk te verteren: ‘Jongen, je hoeft je die vraag nooit meer te stellen.’
Tegelijkertijd was ik een heel vrolijk kind, een levensgenieter en heb ik altijd al in de liefde willen geloven, hoe moeilijk dat soms ook kan zijn.
Doodsdrift dan weer is niet per se willen sterven, maar alles wat met fatalisme, oorlog en destructie te maken heeft.
Als je die twee polen  in de weegschaal legt en ze blijven in evenwicht, dan ben je volgens mij een gezonde mens.

Het kanaliseren van emoties is één zaak, maar wil je werk ook drager zijn van een boodschap?

Hm, het ene werk is het andere niet.
Een mooi abstract werk kan louter esthetisch bedoeld zijn, een figuratief werk kan verhalend zijn maar ook esthetisch, een lelijk werk kan mooi worden naargelang de omgeving.
Mijn beeldhouwwerken zijn vaak verhalend, maar evenzeer puur om naar te kijken.
Een steen als ‘aanwezigheid’, als stille vriend in een hoekje van de kamer of tuin.
Het hoeft niet altijd duidelijk afgelijnd te zijn of iets voor te stellen.
De boodschap is niet altijd onmiddellijk zichtbaar, maar je kan gerust stellen dat achter al mijn werken de gedachte schuilt dat we als mens nietig zijn binnen dat grote geheel van de natuur.

Joeri Strubbe in de pastorietuin in ZaffelareTentoonstellen of beelden staan hebben van Blankenberge tot Neuhausen in Duitsland, hoe geraak je in een dergelijk circuit?

Moet je ook wat marketing in de vingers hebben?
Wanneer je als kunstenaar wat geld wil verdienen moet je zeker enige marketing- en verkooptalenten bezitten,
Een kunstwerk maken is één, het verkopen of geplaatst krijgen is een andere zaak, en dat laatste is vaak een ferme ontgoocheling.
Ik kap al zo'n 20 jaar in stenen met als resultaat een tiental monumentale beelden staan in de Benelux en Frankrijk.
Een deel ervan kreeg ik betaald, de rest heb ik geschonken.
Samenwerken met iedereen die openstaat voor kunst is de boodschap, maar ook instanties en gemeentebesturen aanspreken, voorstellen formuleren, ja, soms lijkt het wel bedelen.
Weet je dat ik leef van ongeveer 750 euro per maand, waarvan er 600 euro opgaat in huur, verwarming, water, elektriciteit en telefoon?
Dat jaren sleuren met stenen lijkt dan wel heel romantisch, ’s avonds moet er ook brood op tafel liggen.
Momenteel werk ik samen met ArtPro Art vzw.
Ik ben in dit circuit terechtgekomen nadat ik zesdes was op het ‘Kunstsalon van Gent’ in 2002, op 950 deelnemers. 
Ik had toen in een kraakpand uit een ouwe blauwsteen een behoorlijk groot beeld gekapt.
Bij het beeldhouwen hebben Walter de Buck, maar ook de inmiddels overledenen Willem van Hecke en Chris Ferket me goed geholpen.

De gemeente Lochristi kocht ‘De Bidders’ van Markus Bundervoet aan.
Een imposante beeldengroep.
Zet dit al wie hierna komt tentoonstellen niet in de schaduw?

Dit is een nadenkertje!
De meningen zijn zeer verdeeld en ik spreek me niet zomaar uit over andermans werk.
Kritiek moet kunnen maar is vaak persoonsgebonden en zelfs tijdsgebonden.
Natuurlijk is een beeldengroep als ‘De Bidders’ van Markus iets wat indruk maakt,
plaats nodig heeft, plaats opeist, maar... een kunstwerk moet zichzelf  bewijzen.
Dus als je werk naast dat van Markus in het niets verdwijnt, zegt dat misschien meer over jouw werk dan over dat ernaast.

Laat ons eens meekijken in je toekomstplannen?

Momenteel ben ik met een kleinkunstbandje ‘Slechte Teksten’ bezig, waarmee ik binnenkort wil optreden.
Ook ga ik af en toe de boer op met onze folkband ‘Nuraghi’.
Verder schilder en schrijf ik met regelmaat en zoek ik klusjes als acteur of freelance kunstenaar.
En wat het beeldhouwen betreft, heb ik het de laatste twee jaar wat moeilijk op het algemeen financieel vlak, ben dus een beetje aan het rondkijken.
Uiteraard wil ik graag opdrachten krijgen en mijn beelden verkopen.
Toch even bekennen dat ik al met een nieuw beeld – beeldengroep zelfs - in mijn hoofd te zit.
Tentoonstellen blijft een uitdaging, mijn werk confronteren met de mensen en dit aftoetsen op hen.

Joeri Strubbe in de pastorietuin in ZaffelareBedank voor de mooie woorden, Joeri.
Lochristinaar wenst je alvast een met succes geplaveid artistiek pad toe.

Wie Joeri wil contacteren: gsm 0486/028123
vi.be/slechteteksten

De tuin van het Lochristi Sierteeltmuseum is dagelijks vrij toegankelijk.
April–september: 12-19u
Oktober–maart: 12-17u