Watou, de laatste week

Machteld Moijson
0 reactie(s)
Watou 2019

Tekst Macheld Moijson

Kunstenfestival Watou gaat de laatste week in. Op zondag 1 september sluit het evenement in de Westhoek. Die dag zijn er ook de laatste voorstellingen met optredens van dichters in de Parochiezaal en het Huis van de Dichter.

Saudade

Jan Moeyaert, de intendant voor vzw Kunst/Stichting IJsberg vzw, legt uit hoe het thema van deze 39ste editie tweeledig, maar onlosmakelijk verbonden is. Het gaat om het Portugese begrip ‘Saudade’, een manier van zijn die slaat op weemoed en het voortdurend zoeken naar iets “waaraan we niet eens een welomschreven herinnering hebben”. Woorden als heimwee, melancholie, nostalgie en weemoed benaderen het begrip, maar betekenen niet helemaal hetzelfde. De Portugezen zijn ervan overtuigd dat het een nationale eigenschap is die zij alleen perfect kunnen verwoorden in de fado. Saudade is verweven met de aanwezigheid van de zee en de verloren geliefden, het besef dat wat je verloren hebt nooit meer zal terugkeren en het uitspreken van je dankbaarheid om het mogen ervaren van die liefde.

Watou 2019 Jeroen Brouwers

De quote van Jeroen Brouwers uit zijn roman ‘Bezonken rood’, “Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt”, zet de lijnen uit voor het verbinden van soms tegenstrijdige begrippen: vergankelijkheid, verlangen, verleden, heden, toekomst, kwetsbaarheid, vluchtigheid, verbondenheid, samenhang, diepzinnigheid, voorspelbaarheid, het onverwachte.

De dichters, schrijvers en kunstenaars die uitgenodigd werden voor dit kunstenparcours verwoorden ieder op eigen manier een vorm van weemoed en verlangen naar het vergane. Zij doen ons reflecteren over het leven en de wereld. Jongere, zowel als oudere talenten werden geselecteerd op basis van hun invulling van het thema. Het gaat hoofdzakelijk om Vlaams en Nederlands talent met enkele buitenlandse namen als uitschieters. Een verklaring voor dit laatste moeten we wellicht zoeken in het wegvallen van de structurele subsidie van de overheid door de staatshervorming. Slechts een derde van de financiële middelen komt uit diverse subsidies, de rest van het budget moet komen van de verkoop van tickets, catalogi, de festivalshop en sponsoring.

Alle zintuigen, alle disciplines, alle leeftijden

Watou 2019

Alle zintuigen komen aan bod, hetzij via poëzie, de kunstwerken of de verschillende restaurantjes en cafés in het dorp. Zelfs een ijscoman heeft zijn zomerse rit verlegd om in Watou ijsjes aan de man te brengen. Ook dit jaar zijn er weer een paar meer permanent geplaatste gedichten in het straatbeeld van het dorp opgenomen. De kunstwerken van het parcours brengen voorbeelden van verschillende disciplines: tekenkunst, schilderkunst, film, fotografie, keramiek, beeldhouwkunst, installaties.

De rode draad op het parcours zijn gedichten van de Nederlandse dichter J. Slauerhoff (1898-1936), gezongen in het Portugees door de hedendaagse fadozangeres, Cristina Branco. Scheepsarts, schrijver en dichter J. Slauerhoff vertolkt zijn onrust, zijn zoeken in gedichten vol ontroering en sentiment, bol van verwijzingen naar de Portugese cultuur.

In de Blauwe Kamer van het Festivalhuis is er een eerbetoon aan de pionier van de Vlaamse illustratie, André Sollie, de man die onvergetelijke prentenboeken creëerde.

Het programma Zomerzinnen brengt iedere zaterdag, zondag en feestdag optredens van muzikanten, zangers en dichters. Er waren familieweekends met theater, vertellingen en workshops voor kinderen. Er is trouwens doorlopend een kinderparcours met een belevingsinstallatie, een luisterplek, een gidsend boekje met opdrachten.

Twaalf locaties

Het Festivalhuis is de aangewezen plek om te beginnen omdat je daar de tickets en catalogi kan kopen, je kan de Blauwe Kamer bezoeken, de tuin en de boekhandel. ‘L’ Odeur de la Frontière’ van Theodora Kotsi-Felici spreekt je neus aan en vraagt om haar samenstelling van geuren uit de grensstreek op te snuiven. Elise ’t Hart en haar partner Nils Davidse gingen op zoek naar de klanken van Watou. Ze verzamelden de geluiden van het dorp, brachten hun opnames in kaart, letterlijk en figuurlijk, door ze te beschrijven en te archiveren. De bezoekers kunnen de nieuwe verzameling geluiden beluisteren via koptelefoons of zelf op zoek gaan met een kaart. In de installatie werden ook oudere, al bestaande geluiden uit hun concept ‘Instituut voor Huisgeluid’ verwerkt. Kunstenaars als Chantal Pollier en Lies Caeyers (in de Graanschuur) verzamelen objecten, rangschikken ze, omdat ze een uniek verhaal vertellen en dragers zijn van herinneringen en anekdotes. Hun installaties van deze verzamelingen doen sommige bezoekers de wenkbrauwen fronsen. Het werk van architect-beeldhouwer Nick van Woert sluit hierbij aan. Hij smeedt torso’s volgehangen met alledaagse voorwerpen als verwijzing naar het geloof dat we zijn wat we eten, wat geen mooi beeld van de mensheid oplevert: het verlies van zuiverheid en natuurlijkheid in onze omgeving geeft geen rooskleurig beeld voor de toekomst van de mensheid. Karin Borghouts die bij een vroegere editie van Watou foto’s van het verbrande interieur van haar ouderlijk huis bracht, verrast met ‘Het huis van de schilder’ in een perfecte symbiose met Mieke Teirlincks schilderij ‘De afspraak’. In een andere kamer dreigt de kwetsbare tekening van Tinus Vermeersch over het hoofd te worden gezien omdat ze moet opboksen tegen twee installaties, maar ze overtreft ze allebei door techniek en het inhoudelijk betekenisvolle. Met Ria Verhaeghe en Jasper Rigole zien we ook film. Op de oude houten zolder vormen bos en bomen de metafoor. Ze ontbreken, ze zijn verdwenen, men wil ze heraanplanten omdat ze levensnoodzakelijk zijn. Ze staan tegelijk symbool voor de vergankelijkheid en voor de eeuwigheid, de cyclus van het leven. Gelukkig brengen een schilderij van Stefaan Vermuyten en een foto van Jacques Charlier in al deze ernst een vleugje humor.

In De Rode Hoed worden we geaard door de ‘Bergbeelden’ van Reniere en Depla, geen fotorealistisch weergave van bergketens, maar van hun majestueuze schoonheid, het gevaar en het mysterie dat ze belichamen. Ook de foto van Holy Shot, de ‘Bergzak’-beelden van Matthieu Lobelle en de ruwe kleifiguren van Eddy Symkens sluiten erbij aan.

Het huis De Vijfhoek wordt ingenomen door werk van Stief DeSmet begeleid door het ‘Jachtgedicht’ van Christophe Vekeman. De opstelling transformeert het huisje tot een sacrale ruimte. Als een relikwie in een glazen schrijn verwelkomt ons de betonnen replica van de hand van de kunstenaar waaruit een bronzen tak, afkomstig uit de tuin van de kunstenaar, ontspruit. Met ‘Paradise Prototype’, toon hij een takkenconstructie als een schuilhut waarin nauwelijks een volwassen lichaam past. Het doet denken aan de kampen die kinderen bouwen en die in die kinderlijke blik als forten ogen, maar voor de realistische kijk van een volwassene nauwelijks beschutting bieden. Niet alleen de mens zoekt mentale en fysieke geborgenheid, ook de dierenwereld doet dat. Hoog tegen de muur hangt een takkennest, maar ook een vogel kan zich hier niet veilig voelen. Bij het buitengaan worden we geconfronteerd met het bezoedeld witte pak van de kunstenaar, het wit als teken van de onschuldige visie van het kind/de kunstenaar, aangetast door het leven zelf. In het ‘Grensland’ staat zijn ‘A Cabin for Watou’, verwijzend naar het werk van de Amerikaanse essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter, H. D. Thoreau. Zoals deze vanuit de periferie en de afzondering een heldere blik kreeg op de wereld, kunnen we vanuit het Kunstenfestival van Watou een visie krijgen op het kunstenlandschap in al zijn verscheidenheid.

De Douviehoeve verwelkomt ons met het gedicht ‘Houvast’ van Bart Moeyaert, in alle eenvoud het ouder worden en het afscheid nemen verwoordend. Achter de zwarte muur lonkt de film ‘Nightfall’ van Jeroen Eisinga. In een bijna een uur durende projectie van een sneeuwlandschap met schapen drukt de kunstenaar de mens met de neus op zijn kleinheid en betekenisloosheid. De analoge film oogt statisch: enkel wat wind, de beweging van de schapen, het stromen van water uit een rioolbuis, zorgen voor beweging. Wanneer je blijft kijken dringt tot je door dat deze ogenschijnlijk plotloze film een tragedie in zich draagt. In het wak, gevormd door het water, liggen dode schapen. De andere schapen, bedolven door de vallende sneeuw, worden meer en meer één met het landschap, terwijl ze dichter bij elkaar gaan staan voor warmte, vraag je je af of er nog schapen op de rand van het wak hun evenwicht en hun leven zullen verliezen. De schemering neemt het zicht meer en meer weg en laat de toeschouwer achter met een gevoel van machteloosheid en pijn. Zeger Reyers neemt het grootste deel van de schuur in met zijn installatie ‘Aan gene zijde van de muur, het landschap’, een bergketen van aarde, stro, gips, water en mest begroeid met champignons. Je wandelt door de installatie verwonderd door het visuele contrast van licht en donker, de geur van aarde en schimmel. Deze heel toegankelijke spiegel van schoonheid en verval overrompelt zonder meer. In de gang ernaast wordt hulde gebracht aan Fernando Pessoa, de Portugese dichter die via verschillende heteroniemen, zijn eigen menselijke beperkingen oversteeg door verschillende dichterlijke oeuvres te creëren. De foto van Ann Vincent ‘Leon’ ontneemt ons de illusie dat fotografie de realiteit weergeeft, een zekerheid die achterhaald is en de mens moet verontrusten.

In de Graanschuur verrast Gino Lucas met een levensgrote sculptuur van twee dode herten. Religieuze symboliek en de verwijzing naar de Ark van Noah moeten ons bevragen over de plaats van normen en waarden, de interpretatie van religie en identiteit. De vervreemding van de hedendaagse mens en de onverdeeldheid moeten aangepakt worden. De kunstenaar gebruikt zijn materialen met de symboliek van hun natuur.

Het Parochiehuisje kreeg kalligrafie in het Farsi, foto’s, installaties en een gedicht van W. Szymborska.

Het Brennepark wordt met de nieuw aangeplante bomen en de gedichten een groene en poëtische long in het dorp.

Marieke Bolhuis zet in de kelder van de Brouwerij meteen de toon met twee figuren op een werkbank, hoewel onafgewerkt suggereren ze personages, identiteiten. Tegen de muur ertegenover twee rijen dik, kijken kleine personages, ook opgebouwd met gerecycleerde materialen, ons aan. Ze duiken weer op in de foto’s die tegen de andere twee muren leunen, in licht verschillende stadia en kleuren, waardoor je ziet dat de kunstenares haar creaties al zoekend voortdurend aanpast. Bij het binnenstappen in de oude bottelarijafdeling stoten we op een hoop sloophout, het basisproduct waaruit Stefaan De Croock portretten maakt van gezichtsloze mensen die door de afschilferende kleuroppervlakken van het tot stroken gezaagde sloophout toch een eigen identiteit en expressiviteit krijgen.

In het Klooster staat een imposante figuur in hout en kunststof van Silvia B. . Uit een boomstronk met takken lijkt een jongvolwassen lichaam gebeeldhouwd te zijn dat met elastieken opgehangen aan het plafond zich wil ontworstelen, maar nog niet helemaal klaar is om de overgang te maken naar volwassenheid. Laura De Coninck krijgt extra ruimte voor haar tekeningen- en schilderijenreeks ‘Saudade’. Ze communiceert over emoties met “een ingetogen samenspel van lijnen, beelden, inkt en papier”. Meester parfumeur Sonia Constant liet zich door haar werk inspireren en creëerde in samenwerking met het parfumhuis Givandan het parfum ‘Saudade’, dat in de ruimte verspreid wordt. In de installatie ‘Displacement’ van Els Ceulemans schuilt ontheemding. De elementen die gebruikt worden, warmwaterkruiken, die als huishoudelijke voorwerpen normaal gezien de warmte van een thuis bevatten, worden meegezeuld door een figuur die zowel konijn als mens lijkt en tegelijk wanhoop en berusting op het gezicht draagt. De lieflijke installatie van Tomoko Sugimoto met borduurwerk in ringen en een kindertipi met borduursels is eveneens misleidend, want refererend naar de explosies door atoombommen en de tsunamitragedie in Japan in 2011.

In de Kerk staan grote sculpturen van o.a. Joseph Klibansky, ontsproten uit het Bambi-verhaal en de Narcissusmythe, de geschiedenis van de godsdienst en de ruimtevaart.

De Gasthuiskapel in Poperinge is de twaalfde locatie met een gedicht van Stefan Hertmans en werk van Didier Mahieu.

De keuze van de gedichten en de kunstwerken toont dat kunstenaars niet zweverig en wereldvreemd zijn, maar verankerd in de wereld waarin we allen leven. Zij roepen vragen op over onze plaats in deze wereld als (mede)mens en als onderdeel van het ecologisch systeem van de aarde.

Het doet deugd om uitgedaagd te worden tot reflectie en om tegelijk te mogen genieten van schoonheid, spitsvondigheid, een diepere waarheid, filosofie, humor en pure zintuiglijkheid. De keuze van de hier vernoemde werken is persoonlijk. Iedere bezoeker komt thuis met een eigen verhaal en een lijst met ‘best of’. Met de prachtige catalogus kan je nog nagenieten en de gedichten in alle rust herlezen.

Voor meer informatie is er de officiële website www.kunstenfestivalwatou.be

Van woensdag tot en met zondag is het parcours open van 11 u tot 19 u.