Danny Taghon (63) is niet alleen gemeenteraadslid en sierteler maar ook vakgroep voorzitter van de bloemisten bij AVBS – https://www.avbs.be/homepagina – de sierteelt en groenfederatie. Bij VILT gaf hij zeer recent zijn kijk op de toekomst van de sierteelt.
Lochristi is net als Destelbergen een bloemen hub en kleurenpalet. Dat vertaalt zich elke 4 jaar in de Floraliën Gent of heel veel vroeger in het Begoniafestival hier. Ook deze sector ontsnapt evenwel niet aan de trends in de landbouw. Hoe zit Danny de toekomst?
“Van meer dan 400 siertelers in de jaren ’70, hebben we nu er nog een stuk of 70 tot 80 in groot-Lochristi.”
In 2023 telde Lochristi (nog geen fusie) 218 landbouwbedrijven, tegenover 477 bedrijven in 2001. Dit gaat om alle types land- en tuinbouw en dus niet uitsluitend de sierteelt. Met een daling van 54 procent kende de gemeente meer stoppers dan het Vlaamse gemiddelde (45%). In Destelbergen is de neerwaartse trend verhoudingsgewijs nog sterker. Daar ging het van 93 bedrijven in 2001 naar 28 bedrijven in 2023, ofwel een daling van 70 procent.

“Waarom de sector zo geminderd is? Een combinatie van factoren. Velen hebben geen opvolging. En het is een sector waar men ook een beetje te veel moet werken, zeker? De bedrijven die overblijven zijn allemaal veel groter dan vroeger. Dus het is niet zo dat het areaal even hard is verminderd. Een goede opbrengst is moeilijker door allerhande wetgeving en regelgeving. Veel gewasbeschermingsmiddelen mag je niet meer gebruiken. En dan is er nog de administratie. Moest mijn grootvader uit het graf opstaan om te werken onder de regels van vandaag, hij sprong opnieuw in zijn put. De planten zijn amper duurder geworden, maar de lonen en energiekosten stijgen elk jaar. Daarbij komt ook nog de concurrentie uit Nederland.”
Volgens Taghon is de sierteelt gewijzigd van een vraagmarkt naar een aanbodmarkt.

“De productiekosten stijgen en je kan amper iets toevoegen aan de prijs van de planten. De vraag is sterk geminderd. Mensen leven anders. Ze gaan liever op restaurant dan een plant water te geven. Tijdens corona was er even een heropleving: mensen mochten niet naar buiten, en dus kochten ze planten om hun huis te verfraaien. Maar die periode is nu voorbij.”
Seizoensarbeid en energie
“Een seizoenarbeider verdient evenveel als een winkeljuffrouw, maar het is ander werk. Het afgelopen jaar heb ik vooral gewerkt met vrouwen uit Bulgarije. Belgisch personeel vinden we amper. Men is afgeschrikt omdat het zwaarder werk is. De omstandigheden zijn sterk verschillend van teelt tot teelt. Wie in de klimop zit, werkt tijdens de winter in warme serres van 15 tot 16 graden. In een boomkwekerij zit je in de koude. De alternatieven zijn voor veel siertelers ook niet haalbaar. Neem nu WKK’s of warmtekrachtkoppeling. In Lochristi heb je maar één sierteler die hiermee werkt. Je moet al een deftige oppervlakte en nog een lange toekomst voor je bedrijf hebben alvorens zo’n investering de moeite waard is. Het is geen investering die je vlak voor je pensioen moet maken, zeker niet als je geen opvolging hebt.
Opvolging
“Binnen vijf jaar, zie ik nog maximum een tiental bedrijven overblijven. Geen 10 procent heeft opvolging. Mijn kinderen hadden geen interesse en ik wil hen ook niet pushen. Als je in deze sector gaat, moet je dat met volle zin doen.”
“Waar wij vroeger nog met een stuk of 20 à 25 telers waren, blijven er nu nog drie of vier over. De jongste is 56. Hij heeft opvolging. Zijn dochter – Nette De Mol nvdr – is 24 jaar en was, Miss België-kandidate. Ze is gedreven. Maar de rest heeft dus geen opvolging. Eén van hen stopt in augustus, de andere twee zijn 60 of 61 jaar.”

Schaalvergroting
“Vroeger hadden we er meer dan 200 begoniakwekers. In die tijd kon je nog een bedrijf runnen op een halve hectare. Vandaag heb je er vier of vijf nodig. We hebben meer machinerie dan vroeger dus qua arbeid is er niet veel veranderd, maar de drempel voor starters is wel veel groter geworden. Nu starten is een utopie. Ik ken eerlijk gezegd niemand die vanaf nul een nieuw bedrijf opstart. Ik kan me nog niet inbeelden wie het zou kunnen. Vroeger had je veel warme kasplantbedrijven, maar er schiet geen enkele meer over. Je moet een temperatuur hebben van 18 en 20 graden. Gas is goedkoper in Nederland en ook dat maakt de concurrentie zo sterk. De typische warme kamerplanten zijn met 90 procent afgenomen sinds de jaren 70.”
Niche
“Er zullen altijd planten nodig zijn, dus de grotere bedrijven zullen wel blijven bestaan, denk ik. Maar de kleinere gaan ervan tussen, sowieso. Ik heb de laatste jaren ook geen investeringen meer gedaan omdat ik wist dat ik ging stoppen. Plantenschalen voor Moederdag, dat is een niche geworden. Het zijn allemaal snijbloemen en daar staat Nederland heel sterk. De regering zou de huidige regelgeving moeten herbekijken. Hier zijn vele zaken verboden die in Polen en Bulgarije wel kunnen. Dat is het probleem. Op den duur zullen veel bedrijven vluchten naar het buitenland, met lagere lonen en minder wetgeving. Dat is geen verbetering.“
Lochristi zal wel nog een tijd als ‘bloemengemeente’ worden bestempeld en men probeert dat in leven te houden met oa. Ambrosiana. Intussen zijn veel tuinbouwers natuurlijk ook verkavelaar geworden. Het aantal inwoners in de gemeente Lochristi is met 6.286 inwoners gestegen van 16.742 inwoners in 1990 tot 23.028 inwoners einde 2024 of + 38%.

Het is vergelijkbaar met de ‘Druivenstreek’ en de gemeenten Hoeilaart, Huldenberg, Overijse en Tervuren. Deze vier gemeenten vormen samen met Bertem het intergemeentelijk samenwerkingsverband “Vrijetijdsregio Druivenstreek”.
“In de jaren zestig waren we hier met meer dan 3.000 telers. Vandaag zijn we nog met 6.”, geeft druiventeler Philip Dewit mee. Toch spreken we nog steeds over de Druivenstreek. Veel nostalgie natuurlijk ook. Het is trouwens een prachtige heuvelachtige streek aan de rand van Brussel.
(Bron: VILT – Vlaams Infocentrum voor Land- en Tuinbouw)









